KITCHENER'S WOOD

Het twee meter hoge monument staat in de nabijheid van het vroegere Kitchener's Wood, langs de Wijngaardstraat ter hoogte van de woning Ignace Bentein ('Betonbouw').
Op het voetstuk van gladgewreven stenen hangt een bordje met een historische situering.
Uit het voetstuk rijzen getailleerde stenen die symbool staan voor de stukgeschoten bomen van het bos.
Het geheel wordt bekroond met een ruwgekapte steen als symbool voor de gaswolk en de boomkruinen.
Op deze steen staat de tekst "KITCHENER'S WOOD 22 APRIL 1915" in een boog rond een eikenblad met daarop een eikel.  Dit is het insigne van de twee bataljons die hier de eerste geallieerde tegenaanval inzetten na de gasaanval van 22 april 1915.

Het gedenkteken werd in het voorjaar 1997 onthuld.  Het initiatief voor de plaatsing ervan kwam van de Vrije Basisschool Sint-Juliaan, die reeds jaren met het Canadian-Scottish verbroederd is.
Jef Dekeyser ontwierp het monument en stond in voor de uitvoering ervan.  Ignace Bentein hielp het geheel mee realiseren.

 

GESCHIEDENIS VAN KITCHENER'S WOOD

In de middeleeuwen was een groot deel van onze streek bebost. Rond 1900 was van dit reusachtige woud nog weinig overgebleven in Langemark. Te Sint-Juliaan restte enkel nog het "Wijngaardbos", een eikenbos gelegen tussen de Wijngaardstraat, Bruine Broekstraat en Peperstraat.
Een "kuiper" uit Sint-Juliaan gebruikte de eiken uit het bos om de "duigen" van zijn emmers en kuipen te fabriceren.

Tijdens de eerste oorlogswinter ('14-'15) werd het bos gebruikt om Franse troepen te herbergen en allerlei voorraadplaatsen aan te leggen. Toen de Duitsers na hun gasaanval het bos veroverden, bleek het volgestouwd met munitievoorraadplaatsen en allerlei gebouwtjes en hutten.

Er stonden ook veldkeukens die een nieuwe naam aan het bos gaven : "Bois des Cuisiniers". In april 1915 namen de Britten de sector over en vertaalden ze de naam van het bos letterlijk naar "Kichener's Wood". Later vergaten de Britten de oorsprong van de naam en dachten ze dat de naam kwam van hun eigen minister van oorlog, Lord Kitchener.

De hele oorlog door zou het bos een stevige versterking blijven maar van het bos bleef na de oorlog weinig over.

Luchtfoto van Kitchener's Wood op 9 maart 1916.
Op de foto zijn duidelijk de Duitse loopgraven aan de zuidelijke rand te zien.   De zwarte lijnen die door het bos lopen, zijn kleine spoorwegjes die door de Duitsers aangelegd zijn.  Links van het bos is de Bruine Broekstraat.  De zwarte vlekjes zijn tientallen obusputten.
(Foto : In Flanders Fields Museum - Documentatiecentrum Canepeel Ieper)

 

DE TOEKENNING VAN DE SCHOUDERBADGE AAN DE 10DE EN 16DE BATALJONS

De middernachtelijke tegenaanval tegen Kitchener's Wood blijft nu nog indruk maken. Deze actie was in feite het eerste echte gevecht dat door Canadese eenheden buiten Canada werd geleverd. Vooral de man-tegen-man gevechten met de bajonet en de herovering van de vier reusachtige 4.7 guns blijven tot de verbeelding spreken.
Als blijk van waardering voor de inzet die de 2 bataljons in het eikenbos leverden, kregen zij van de Canadese regering na de oorlog als enigen de toelating om op het uniform een speciaal insigne te dragen : een eikel op een eikenblad. De hedendaagse soldaten van de beide regimenten kennen nog altijd dit verhaal uit hun geschiedenis en houden nog jaarlijks een "St.-Julien Remembrance night".
Meer informatie :
-schouderbadge : http://db.nucleus.com/highmus/oak_leaf.htm
-10de bataljon : http://www.calgaryhighlanders.com/tenth.htm
-16de bataljon : http://www.islandnet.com/~btaylor/cscotr.htm

 

DE MIDDERNACHTELIJKE TEGENAANVAL DOOR DE CANADESE 1ODE EN 16DE BATALJONS

Tweeënhalf uur na de gasaanval kregen de twee Canadese bataljons het bevel op te trekken naar het hoofdkwartier van de derde Canadese Brigade in Mouse Trap Farm. Het 10de bataljon "Canadians" bevond zich op korte afstand ten zuiden van Wieltje en meldde zich als eerste op de boerderij. Het 16de bataljon "The Canadian-Scottish" was ingekwartierd aan de havenkop van het kanaal in Ieper. Tijdens de tocht naar Mouse Trap Farm moest het bataljon allerlei omwegen nemen doordat de hoofdweg van Ieper naar Sint-Juliaan geblokkeerd was door vluchtende burgers en Franse soldaten. Steeds weer hoorden de soldaten verwarde verhalen waarin het woord "Asphyxié !" bij de Fransen steeds terugkeerde. Op Mouse Trap Farm ondervonden de mannen een eigenaardige prikkeling van de ogen en de luchtwegen. Allerlei gissingen omtrent de oorzaak hiervan deden de ronde.

Om 22u.47 ontvingen de bevelhebbers van de 10de en 16de bataljons het order om een tegenaanval te starten in de richting van Kitchener's Wood. De soldaten kregen het bevel om de bajonet op het geweer te bevestigen, loopgravenschopjes werden uitgedeeld en iedereen kreeg 220 patronen. Er werd slechts weinig gesproken. De enige stem die boven het gefluister hoorbaar was, was die van de almoezenier van het 16de bataljon, die zoveel mogelijk handen schudde en steeds weer verkondigde : "Een grote dag voor Canada, jongens, een grote dag voor Canada !". Hoe meer de almoezenier echter de "grote dag" benadrukte, hoe minder de manschappen de zaak vertrouwden.

Om 23u.30 werden de horloges gelijkgesteld en vanuit een field-battery werd om de 5 minuten één schot op het bos afgevuurd als dekking voor de komende mars. De manschappen stelden zich tussen Mouse Trap Farm en de Wijngaardstraat schouder aan schouder op in vier rijen van telkens twee compagnies. De afstand tussen de rijen bedroeg 20 tot 30 meter. De voorste twee rijen werden bemand door het 10de bataljon, de achterste twee door het 16de bataljon.

Om kwart voor middernacht vertrok de eerste golf in stilte door de velden naar de donkere massa van Kitchener's Wood 800 meter verder. De nacht was vrij helder en nu en dan wierp de maan wat licht tussen de wolken door op de velden en weiden. In de verte flikkerde het vuur van mitrailleurs en geweren als miljoenen vuurvliegjes in de duisternis. Spoedig raakten de vier golven met elkaar vermengd want geregeld moesten de mannen achter elkaar door gaten in de hagen kruipen en over sloten springen. Ondanks het daarmee gepaard gaande lawaai bleven ze onopgemerkt door de vijand.

Na een laatste obstakel op zo'n 300 meter van hun doel, konden de aanvallers zich weer in formatie opstellen in het open veld. Het bos kon nu duidelijk waargenomen worden. Plots werd een vuurpijl vanuit de bosrand afgeschoten. Meteen werd het zo klaar als bij volle dag. De vijand opende snelvuur en even stokte de vooruitgang. De kogels floten de aanvallers om de oren. Overal vielen mannen neer en beide bataljons leden aanzienlijke verliezen. Een klein deel van de manschappen week naar links uit, maar de meerderheid stormde recht vooruit naar de vijandelijke loopgraaf recht voor het bos. Na vijf minuten man-tegen-man gevechten werden de Duitsers in de loopgraaf buiten gevecht gesteld.

Groepjes soldaten drongen verder het bos binnen, anderen bleven achter in de veroverde loopgraaf. Elke meter vooruitgang werd sterk bemoeilijkt door mitrailleurvuur en verschanste Duitse scherpschutters. Beide bataljons waren nu volledig vermengd. Tot hun verbazing ontdekten de Canadezen vier reusachtige 4.7-guns van de Royal Garrison Artillery die na de gasaanval achtergelaten waren. Patrouilles slaagden erin het bos bijna volledig van Duitsers te zuiveren op een machinegeweerpost in de zuidwestelijke hoek na. Overal lagen doden en gewonden als gevallen bladeren tussen de bomen.

In het heetst van de strijd stootten Canadese patrouilles door tot aan de Bruine Broekstraat en enkele dichtbijgelegen boerderijen. Het bekwam hen slecht. Overal werden vuurpijlen afgevuurd en meerdere Canadezen kwamen om of werden krijgsgevangen genomen.

Om 0u.30 begonnen de Canadezen zich in te graven ten oosten van het bos. Dat werk viel niet mee. Met hun loopgravenschopjes slaagden de mannen er moeilijk in om in de weerbarstige aarde een loopgraaf aan te leggen terwijl ze voortdurend onder vuur werden genomen. De twee bataljons werden nu sterk gereduceerd. De bevelhebber van het 10de bataljon was zwaargewond en daarom nam de bevelhebber van het 16de bataljon de leiding van beide bataljons op zich.

Om 1u.30 kwam het 2de bataljon (Eastern Ontario Regiment) de twee zwaar beproefde bataljons te hulp. Toch werd om 2u.30 besloten om terug te trekken tot aan de oorspronkelijke Duitse loopgraaf juist te zuiden van het bos. In het bos bleven nog slechts enkele voorposten over om de vier Britse kanonnen te bewaken. Er werd een boodschapper naar de 3rd Canadian Field Artillery Brigade gestuurd met het verzoek paarden te sturen om de geschutsstukken weg te halen. Ze werden voor de vijand onbruikbaar gemaakt door de sluitstukken weg te halen en met een enorme knal werden de munitievoorraden opgeblazen. Hiermee was de middernachtelijke slag om Kitchener's Wood afgelopen.

De volgende weken zouden de Duitsers stelselmatig erin slagen om de "Salient" beetje bij beetje op te rollen. Ze gebruikten hiervoor nog meerdere keren gas. De geallieerden voerden heel wat tegenaanvallen uit die steeds mislukten. Toch slaagden de Duitsers er niet meer in hun droom te verwezenlijken, namelijk Ieper te veroveren en zo naar de kanaalhavens in Frankrijk door te stoten. Dank zij de moedige inzet van de Canadezen tijdens de nacht van 22 april, gesteund aan de flank te Steenstrate door de Belgen en met de hulp van een handvol niet-gevluchte Fransen, werden de Duitsers van een wellicht totale overwinning afgehouden.

Tekst : Robert Missinne