De Duitse
militaire begraafplaats in Langemark
| Na de eerste wereldoorlog waren er Duitse
soldatengraven in heel wat Belgische gemeenten. Kort na de oorlog werden deze graven
samengebracht op 184 Duitse begraafplaatsen. Vanzelfsprekend lag het grootste aantal
doden in de Ieperse frontstreek. Op het grondgebied van Langemark alleen al waren er
17 Duitse begraafplaatsen. Eén van die 17 was 'Langemarck-Nord' of 'Nr. 123' aan de
Klerkenstraat. |
 |
Deze begraafplaats zou in oktober 1914 ontstaan zijn uit een
Britse begraafplaats. Na de gasaanval van 22 april 1915 kwam de begraafplaats tot in
de zomer 1917 in Duits gebied te liggen. Ongeveer een halfjaar later, in april 1918
namen de Duitsers opnieuw Langemark in. Tijdens de oorlog steeg het aantal
bijzettingen zodat er in 1919 graven waren van Duitse, Franse, Britse en Belgische doden :
in totaal 859, waaronder 627 Duitse. In de eerste jaren na de oorlog was het de
Belgische dienst voor oorlogsgraven die instond voor de herinrichting.
De Duitse Dienst voor Oorlogsgraven nam de taak over.
De begraafplaats werd verder uitgebreid op het huidige laagst gelegen deel. In
totaal kwamen er 10143 individuele graven waaronder 6313 geïdentificeerden en bijna 4000
niet-geïdentificeerden. Onder deze gesneuvelden bevonden zich ook zo'n 3000
vrijwilligers die stierven tijdens de Duitse bestorming op Langemark in het najaar
1914. Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de
begraafplaats de naam 'Studentenfriedhof'.
De 'Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge' zorgde vanaf
1930 voor de nieuwe inrichting van de begraafplaats, met de hulp van Duitse
studentenorganisaties en oudstrijdersverenigingen van een groot aantal regimenten.
Op 10 juli 1932 werd de begraafplaats ingewijd.
Het uitzicht kon toen als volgt beschreven worden : de
begraafplaats bevatte vier delen : het poortgebouw in de omheining; de ruimte tussen het
poortgebouw en de begraafplaats; de begraafplaats en het 'klaprozenveld'.
| -Het poortgebouw en de omheining :
|
- Aan de ingang kwam een zwaar poortgebouw dat aan een bunker
laat denken. Het werd opgetrokken in rode zandsteen van de Weser en was bedoeld om
de overgang te maken van het alledaagse leven naar de begraafplaats zelf en zo toch wat
afstand te scheppen.
- In het poortgebouw waren drie ruimtes : de centrale doorgang
en twee zijkamers.
- De in- en uitgang en de toegangen tot de twee zijkamers
konden met zware poorten uit handsmeedwerk afgesloten worden.
- De muren en het plafond van de centrale doorgang werden met
mozaïeksteentjes afgewerkt, de zijruimten met eikenhout.
- Op de eiken panelen van de 'ereruimte' aan de rechterkant
stonden de namen van de 6313 geïdentificeerde gesneuvelden van de begraafplaats.
- Rond de begraafplaats kwam een lage dikke omheiningsmuur uit
dezelfde steensoort als het poortgebouw. Langs de straatkant werden knotwilgen (als
een erewacht) aangeplant en het rechterdeel rond het klaprozenveld werd omringd door een
brede sloot die moest doen denken aan de onderwaterzetting van het IJzerfront.
|
| -De ruimte tussen het poortgebouw en de
eigenlijke begraafplaats |
- Bij het verlaten van het poortgebouw kwam men in een open
ruimte waar een muur zorgde voor de afscheiding met de eigenlijke begraafplaats.
- Aan de deze muur hing een krans met daarin in brons de tekst
van de dichter Heinrich Lersch : 'Deutschland muss leben, und wenn wir sterben müssen'
(Duitsland moet leven, zelfs als wij moeten sterven'.
- Tegen deze muur konden kransen worden gelegd. De ruimte was
bedoeld voor het houden van toespraken.
- De begraafplaats kon betreden worden via smeedijzeren
poorten.
|
| -De begraafplaats |
- In plaats van een opvallend gedenkteken te plaatsen, verkoos
ontwerper Tischler voor een aanplanting met eiken die gedurende 100 à 200 jaar de graven
moeten overschaduwen.
|
 |
|
- Op de graven kwamen voorlopig zware houten kruisjes.
In 1957-'58 werden die door nummerstenen vervangen.
(Foto In Flanders Fields Museum - Documentatiecentrum Caenepeel Ieper)
|
 |
| -Het klaprozenveld |
- Op het hogergelegen gedeelte werden klaprozen gezaaid.
Daartussen groeide ook kamille. Dit was het zogenaamde 'papaverveld' dat het
vroegere front moest symboliseren. Er was geen omheiningsmuur zodat men van de
overkant van de omwalling een open zicht had op dit gedeelte.
- Hier waren geen graven.
- Er stonden drie Duitse betonnen schuilplaatsen, gedeeltelijk
bovengronds met de toegangen gekeerd naar de Duitse linie (noorden).
- Om deze verdedigingslijn nog meer te benadrukken, werden de
bunkers verbonden met grote blokken uit beton met vooraan een granietblok met daarop de
namen van legerafdelingen en studentenverenigingen die aan de inrichting van de
begraafplaats hadden meegeholpen.
|
In 1952 besloten de regering van België en de
Bondsrepubliek om in Vlaanderen te komen tot vier grote Duitse begraafplaatsen (Vladslo,
Hooglede, Menen en Langemark) door de kleine Duitse begraafplaatsen te ontgraven.
| -Het
klaprozenveld wordt grafveld |
- Op het hoger gelegen 'klaprozenveld' (voor en achter de
vroegere verdedigingslijn met de drie betonnen schuilplaatsen en de betonblokken) werden
9257 geïdentificeerden begraven. Op hun graf kwam een eiken blokje met een koperen
plaatje met daarop telkens de voor- en familienaam van twee gesneuvelden.
- De eerste bijzettingen startten in januari 1955. Het
ging om ontgravingen van begraafplaatsen in Langemark, Moorslede, Passendale, Poelkapelle,
Staden, Westrozebeke, Zillebeke en Zonnebeke.
|
 |
 |
Het vroegere klaprozenveld
(Foto In Flanders Fields Museum - Documentatiecentrum Caenepeel Ieper) |
Dezelfde plaats in juli 1998 met
de gekende bijzettingen |
| -Het kameradengraf |
- Omdat de begraafplaats van Langemark meest plaats bood,
besliste men om hier alle niet-geïdenticeerden ontgravenen uit België in een
'kameradengraf' bij te zetten. Achter de toenmalige afscheidingsmuur werden 366
graven ontruimd om plaats te maken voor het reusachtige graf. Hierin werden bijna
25000 stoffelijke resten bijgezet.
|

(Foto toestand in juli 1998) |
- Vóór het graf (toen de verste zijde) kwamen de
wapenschilden van 8 Belgische provincies (Oost- en West-Vlaanderen kreeg de naam
Vlaanderen; Brabant was nog niet opgedeeld in Vlaams en Waals Brabant).
- Centraal tussen de 8 wapenschilden lag een bronzen krans van
eikenloof met de woorden 'Ich habe dich bei deinem namen gerufen, du bisst mein' uit de
profeet Jesaja (43,1).
- Meest opvallend echter, was de beeldengroep van de Münchense
Professor Emil Krieger. Er werden vier treurende militairen uitgebeeld die met hun
rug tegen de scheidingsmuur tussen de toegangspoort en de begraafplaats stonden, aan de
achterzijde van het massagraf. Op die manier moesten de beelden vanop afstand
bekeken worden. De beelden werden heel sober uitgevoerd. Het geheel moest
oproepen tot bezinning.
|
 |
 |
Deze foto van een begrafenis van een Duitse militair zou
Emil Krieger geïnspireerd hebben voor zijn beeldengroep.
|
| -Andere
werkzaamheden |
- Verspreid over de begraafplaats kwamen groepjes van vijf
kruisen uit basalt. Eén groter kruis kwam er in de rechterhoek langs de
straatzijde.
|
 |
- Omdat men de Klerkenstraat wou verbreden, werden enkele rijen
knotwilgen langs de straatzijde gerooid. Ook werd het toegangspad heraangelegd.
- In de linkerruimte van het poortgebouw kwam een kaart van
België op eik met aanduiding van de ontruimde en opengebleven Duitse begraafplaatsen.
|
| -Aantal
doden |
- Volgens de opgegeven cijfers lagen er nu dus meer dan 44000
Duitse doden :
- 10143 geïdentificeerden en niet-geïdentificeerden op het
oorspronkelijke grafveld
- 9257 geïdenficeerden op het vroegere klaprozenveld
- 24917 in het kameradengraf
|
 |
|
In 1971 werden de oorspronkelijke nummerstenen
van het oudste grafveld en de eiken blokken met koperen naamplaatjes op het klaprozenveld
vervangen door liggende platen uit natuursteen met daarop naam, rang en overlijdensdatum. |
De laatste grote wijziging gebeurde in 1984
- De oorspronkelijke afscheidingsmuur tussen het
toegangsportaal en de eigenlijke begraafplaats werd afgebroken.
- De zin van Lersch 'Deutschland muss leben, und wenn wir
sterben müssen' kwam boven de achteruitgang van het poortgebouw.
- De beeldengroep werd verplaatst naar de verste zijde van de
begraafplaats.
- De wapenschilden van de provincies en de krans werden
verplaatst naar de zijde van het massagraf die gericht is naar de ingang.
- Rond het massagraf kwamen blokken met daarop 68 bronzen
panelen met de namen van 16940 niet-geïdentificeerden waarvan men op basis van archieven
bijna zeker is dat ze in dit massagraf bijgezet werden.
Tekst : Robert Missinne en Roger V. Verbeke, met dank aan de Deutsche
Kriegsgräberfürsorge.