Poelcapelle British Cemetery

ALGEMENE KENMERKEN VAN BRITSE BEGRAAFPLAATSEN

  • Op elke Britse begraafplaats staat een wit stenen kruis met daarop een bronzen zwaard : het 'Cross of sacrifice'.

 

  • Op de grotere begraafplaatsen staat een soort altaar, waaraan soms bij plechtigheden gezamenlijk het Onzevader wordt gebeden door voorgangers van de katholieke, anglicaanse en protestantse godsdiensten : de 'Stone of remembrance'.  Op die steen is overal dezelfde zin gebeiteld : "Their name liveth for evermore" (Moge hun namen voor eeuwig blijven voortleven). 

Het is een zin uit de bijbel (Boek der Makkabeeën) en werd gekozen door Rudyard Kipling.  Kipling is de schrijver van het gekende Junglebook.  In Ieper werd een straat naar hem genoemd.  Zijn zoon sneuvelde in de eerste wereldoorlog.

 

  • Britse begraafplaatsen zijn meestal door een muur omringd, maar de grootste hebben nog een overwelfde ingangspoort en één of meer schuilhuisjes.

 

  • Aan de toegang zit een nis in de muur, gesloten door een zwart metalen deurtje.   In dit kastje vindt men meestal twee boeken :

-De 'history' van de begraafplaats : ontstaan, ligging, plattegrond, namen van alle gekende gesneuvelden met hun adres, familieleden, plaats op de plattegrond (altijd twee tekens : een Romeins cijfer voor de afdeling of parkgedeelte (plot) en een hoofdletter voor de rij (row)).
-Het bezoekersregister waarin de bezoeker zijn bedenkingen of een boodschap mag schrijven.  Sommigen maken daar wel eens misbruik van.

 

Tekst Britse begraafplaatsen : Op basis van nota's van Robert Baccarne en Roger Verbeke

 

POELCAPELLE BRITISH CEMETERY

-Aantal graven (soldaten/matrozen/vliegeniers) volgens aanduidingen op het paneel aan de toegangspoort:

-Deze begraafplaats is na de wapenstilstand aangelegd door het herbegraven van Britse doden die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen begraven waren of die men op het slagveld terug vond.  Het grootste aantal sneuvelde tijdens de 3de slag bij Ieper (2de helft 1917; vooral in de maand oktober).  Enkele plots (IA, VIA, VIIA, LI en LXI) tellen echter ook heel wat graven uit het najaar 1914 en het voorjaar 1915.  Er liggen ook een klein aantal doden van de tweede wereldoorlog begraven.

-De begraafplaats heeft een oppervlakte van 22 586 m˛.

-Doden van de volgende begraafplaatsen werden naar hier overgebracht :

-Architect : Majoor Charles Holden

-3de grootste Britse begraafplaats uit de Westhoek, na Tyne Cot Cemetery in Passendale en Lyssenthoek Cemetery in Poperinge.

-'Special Memorials' :

Links van John ligt Private T. Carthy (Royal Irish Rgt.) die de oudste van het regiment was (47 jaar) ...
De 10 doden in de rij van Condon zijn waarschijnlijk allen overgebracht van een begraafplaats bij Railway Wood. (de gegevens kloppen althans volgens de registers van de CWGC op één na). Deze werden overgebracht in 1923 naar Poelkapelle. Condon en Carthy waren begraven als onbekenden, bij ontgraving werden ze geďdentificeerd aan de hand van hun identificatieplaatjes.

Hun oorspronkelijke begraafplaats was naast de spoorweg Ieper-Zonnebeke; nu naast de nieuwe weg Ieper-Zonnebeke. De mannen van het Royal Irish Regiment vochten op 24 mei ten noordwesten van Mouse Trap Farm (=Shell Trap Farm; boerderij van Bart Heyman = eerste grote hoevegebouw rechts van Noorderring naar Ieper)

 

 

 

  • Rij graven Plot 17 Rij C : Eyre; Byrne; Lloyd; Greaves; Tilley; Bentham en Williams.  Dit waren zeven arbeiders van de 48th Labour Coy na de oorlog.  Ze moesten de begraafplaats helpen aanleggen en zorgen voor ontgravingen.  Ze stierven op 20 oktober toen ze een vuurtje maakten op de begraafplaats om hun potje te koken.  Een springtuig ontplofte en ze verloren hierbij het leven.

Tekst Poelcapelle British Cemetery : Robert Missinne en Roger Verbeke