Het begin van de landbouw

Het begin van de landbouw was in het jaar 800 V. C. Er bestonden dan gewoon mammoeten, orossen en everzwijnen. Ze slaagden er in de mammoet te jagen in een valkuil, dat gebeurde meestal in groep. Ze doden de mammoeten met stenen speren, stokken, pijl en boog,... Die jagers noemde men oermensen, en dan pas landbouwer.

Daarna temden ze de dieren tam. Eerst de hond dan het schaap, geit, varken, oeros, paard, eekhoren en laatst het konijn. Het geleerde woord voor landbouwer is sedenteir. Die eerste landbouw ondstond in de valeien van de Tigris, de Eufraat en de Nijl. Die rivieren vloeiden geregeld buiten hun oevers en als het water terugtrok, blijft er een vruchtbaar slib achter.

Die boeren zaaiden daarin graan en ze sneden de aren af met een sikkel. Die landbouwers gebruikten een water wip. Als het langdurig droog bleef, werden de akkers ermee bevloeid of gėirrigeerd. Ze gebruikten dan pas het paard om de machines verder te bewegen ( bv: de ploeg, eg, ) en dan pas ontonden de tractoren. Nu zijn er alle soorten tractoren en landbouwmachines, maaidorssen, spruitmachines, oogstmachines (bv: Deutz, Fendt, Fiat, Massey Ferguson, Ford,...) Dat is de vooruitgang van de landbouw. Sophie Vieren.

68.jpg (9216 bytes)