5. Opruiming van de betonconstructies

Bij de wederopbouw werden veel constructies opgeblazen en/of afgebroken. Men begon met de meest hinderlijke en de gemakkelijkste.
De brokstukken dienden voor de verharding van wegen of van een erf. Ook werden er putten mee opgevuld. Het ijzer werd herbruikt of verkocht.
Sommige bouwsels werden in gebruik genomen: als voorlopige woning, als stal of bergplaats, als water- of beerput, als kelder...

In 1930-1932 werden veel vrijstaande constructies door gespecialiseerde firma's opgeruimd. The British Legion schreef dat het in samenwerking met de Belgische regering ongeveer 180 waardevolle constructies kon laten bewaren.
In 1965 telde Alfred Caenepeel (uit Ieper) in de Ieperse frontstreek ongeveer 250 overgebleven betonnen schuilplaatsen en bunkers: hoofdzakelijk Duitse, een 75-tal Britse en enkele Belgische.
In 1995 gebruikte Paul Van Damme (uit Bellem) dezelfde kaart en controleerde alle toegankelijke sites. Hij stelde vast dat een 50-tal constructies geheel of gedeeltelijk verdwenen, andere raakten erg in verval.

 

Vorige bladzijde Inhoudstafel Volgende bladzijde