3. Schuilplaatsen en bunkers

Het onderscheid is niet altijd duidelijk, daarom pogen we de twee soorten constructies te definiŽren. Vaak maken we de vergelijking met paraplu's en schilden: die dienen allebei als bescherming maar ze worden in andere omstandigheden gebruikt.

Schuilplaatsen (Unterstšnde, shelters/dug-outs, abris) zijn ondergrondse of halfondergrondse constructies met een passieve rol bij het gevecht.
- De beveiligde ruimte dient als onderkomen voor een bemanning, of een eenheid in steun of in reserve, of een staf.
- Soms herbergen ze een medische ploeg of installatie, of een technische ploeg of depot.
De voorkant (d.i. de kant naar het front) is helemaal gesloten, in de achterkant zijn meestal twee deurgaten (een ingang en een uitgang, ofwel een deur per kamer).

 

Bunkers (Bunkers, emplacements/blockhouses/bunkers, postes) zijn meestal halfondergrondse constructies met een meer actieve rol bij het gevecht.
- De beveiligde ruimten dienen als mitrailleurpost of geschutspost of observatiepost.
- Andere bunkers herbergen een commandopost of een munitiestock.
In de eerste gevallen hebben ze ťťn of meer schietgaten en/of kijkgaten aan de voorkant.

 

Opmerkingen
(1) Grote schuilplaatsen of bunkers krijgen in de volksmond de naam hoofdkwartier of hospitaal.
(2) Een bunker voor de opstelling van een wapen is een kazemat.

 

Vorige bladzijde Inhoudstafel Volgende bladzijde