1. Bouw van schuilplaatsen en bunkers

Na de stabilisatie van het front, en bij het opvoeren van artilleriebeschietingen, werden de beschermende loopgraven met schuilplaatsen en bunkers aangevuld.

De ingezette eenheden konden over beter gereedschap en speciale ploegen beschikken. Ze voerden diepere en grotere graafwerken uit. Voor de schuilplaatsen en bunkers gebruikten ze afbraakmaterialen (balken, planken, ...) van vernielde gebouwen, daarnaast boomstammen en dikke takken of takkenbossen. De bovengrondse wanden en het dak werden met een dikke laag aarde bedekt.

Die primitieve bouwsels werden in de loop van de stellingenoorlog verbeterd of vervangen. Men gebruikte meer en meer ijzer (profielijzer, spoorstaven, stangen) en beton.

Vanaf de zomer 1915 tot in juni 1917 werden in de Ieperse frontboog veel betonnen constructies ingeplant, vooral door de Duitse troepen. Die hadden hier een defensieve houding aangenomen en konden na de uitbouw van de versterkingen veel mannen besparen.

 

Inhoudstafel Volgende bladzijde